Morning light
The Soulful
Morning smile
Is a treasure
Of the mind
And heart alike.
Poem: Sri Chinmoy
Photo: © FotoAnna
Circels in rood
Ik dans over scherven
scherpte verbloedt
mijn voeten lijden
maar leiden niet goed
Cirkels in rood
om mist aan te geven
angst voor de dood
vrij in het volgende leven
Ik wil alles doordansen
versneden van pijn
kies voor mijn vrijheid
met jou in hier opgelost zijn
Gedicht: Wil Melker
Foto: © FotoAnna
Niets duurt voor eeuwig
Niets duurt voor
eeuwig
zelfs de dood is
vergankelijk
alleen de liefde die
blijft bestaan
we worden allen oud
niets duurt voor
eeuwig
geluk is van korte
duur
een moment opname
niets is voor
eeuwig
tot de dood ons
scheid van het
aardse leven
dan is er eeuwigheid
onze ziel vaart ten
hemel
niets duurt voor
eeuwig
alleen de liefde
blijft overeind
tot in de eeuwigheid...
Gedicht: Zomerkind
Foto: © FotoAnna
Stuifmeel
Stuifmeel of pollen is ruwweg het plantaardig equivalent van zaadcellen, afkomstig van de meeldraden van
bloemen. De stuifmeelcellen worden gemaakt in de helmknop die bovenaan de meeldraad zit. Deze stuif-
meelkorrels zijn de microsporen van de plant. Binnen de stuifmeelkorrels ontwikkelt zich de uiterst geredu-
ceerde microgametofyt, die bestaat uit celplasma met meerdere celkernen. Er zijn 2 generatieve kernen
(overeenkomende met zaadcel-kernen), die bij bloemplanten zorgen voor de dubbele bevruchting.
Alle soorten zaadplanten produceren stuifmeel. Als het stuifmeel terechtkomt op de stamper van een andere
bloem van dezelfde soort groeit vanuit de stuifmeelkorrel een lang buisje naar binnen, dat contact maakt met
de eicel die dan bevrucht wordt door het genetisch materiaal uit de stuifmeelkorrel,
zodat de plant zaad kan ontwikkelen.
Bijen en hommels nemen niet alleen de nectar uit een bloem mee om op te slaan in hun korf, maar ook vaak
stuifmeel, dat aan hun lijf blijft kleven of dat ze aan elkaar gekleefd als stuifmeelkorfjes aan hun pootjes mee-
nemen. Hiermee dekken de bijen en hommels hun behoefte aan eiwitten, vetten, mineralen en vitamines.
Ook zweefvliegen leven van stuifmeel.
Het overbrengen van stuifmeel gebeurt door de wind of door dieren: meestal insecten, maar ook wel door
vogels of vleermuizen. Er zijn ook plantensoorten die zichzelf bevruchten zonder van dieren of
de wind gebruik te maken.

De zogenaamde windbestuivers produceren stuifmeel dat via de lucht op andere bloemen terecht komt. Deze
planten, zoals gras en allerlei bomen, hebben meestal onopvallende bloemen - ze hoeven niet de aandacht
van bestuivers te trekken. Het stuifmeel dat door de wind verplaatst wordt kan
hooikoorts bij mensen veroorzaken.
Bron: Wikipedia
Foto's: © Anna de Vries
Gewone Pendelzweefvlieg
Zweefvliegen zijn er in alle soorten en maten, de meeste blijven in lengte onder de twee centimeter. Veel zweefvliegen
bootsen vliesvleugelige zoals wespen, bijen, of hommels na door felle kleuren, overeenkomstige patronen of lichaams-
beharing op bepaalde plaatsen. Zweefvliegen die op hommels lijken, hebben een harig achterlijf, soorten die op wespen
lijken meestal niet. Dit is geen toeval; het lijken in kleur, vorm en/of geluid op andere, gevaarlijkere dieren heet mimicry
en komt bij zeer veel diergroepen voor. Zweefvliegen zijn net als andere vliegen het eenvoudigst te onderscheiden van
vliesvleugelige doordat ze twee vleugels hebben en geen vier, zoals alle bijen, wespen en hommels.
De belangrijke verschillen zijn:
Vleugels: zweefvliegen hebben er twee, vliesvleugeligen vier.
Bouw: een zweefvlieg heeft vaak geen taille, vliesvleugeligen vaak wel.
Antennen: de antennen zijn drieledig bij zweefvliegen en onbeweeglijk, vliesvleugeligen
hebben beweeglijke antennes met meer dan drie leden.
Ogen: vliegenogen zijn bijna rond en vullen een groot deel van de kop, ogen van vliesvleugeligen zijn
langwerpig (ze lijken nijdig te kijken) en vullen minder groot deel in van de kop.
Vlucht: ten opzichte van de veel zwaardere hommels, bijen en wespen zijn zweefvliegen heel wendbaar
en hebben ze het vermogen perfect stil te hangen, te 'zweven', vandaar ook hun naam.
De zweefvliegen onderscheiden zich van de andere vliegen door een unieke vleugeladering. In de vleugel
is namelijk een ader aanwezig die niet zoals andere aderen een begin in de vleugelbasis heeft en eindigt
aan de vleugelrand, maar die een eindje van de basis af begint en voor de rand van de vleugel eindigt.
Deze ader heet vena spuria en is bij bijna alle zweefvliegen soorten aanwezig.
Zweefvliegen leven vrijwel zonder uitzondering van nectar en stuifmeel,
ze zijn dan ook vaak op bloemen te zien.
Bron: Wikipedia
Foto's: © Anna de Vries