Groene keizersvlieg
De Keizervlieg is een metaal groene glanzende vlieg van 8 tot 12 mm grootte.
Hij komt in geheel Europa voor en is plaatselijk zelf zeer talrijk.
De eieren worden afgezet in aas of wonden.
Ze vliegen in meerdere generaties per jaar.
Het voedsel halen ze uit sterk geurende bloemen, stinkzwammen, mest en aas.
Bron: 2metdenatuur
Foto: © FotoAnna
Het luizenjagertje
Lieveheersbeestjes brengen de
winter door onder loszittende
schors en dood riet.
Om ze te wekken hoeft de zon
maar even te schijnen.
Ze zijn er al héél vroeg bij.
Ze eten ongeveer honderd bladluizen per dag,
en worden zelfs in serres losgelaten
om planten bladluisvrij te houden.
Er zijn lieveheersbeestjes zonder stippen,
andere soorten hebben er twee,
twaalf of zelfs vierentwintig.
Maar de meest voorkomende soort
is het zevenstippelige lieveheersbeestje.
Het aantal stippen slaat dus niet
op de leeftijd van het diertje,
zoals wel eens wordt gezegd,
maar op de soort.
Zwart is het bekje
Rood het dekje en
telkens als ik er één vang,
krijg ik wat ik verlang !
Gedicht: Lidy
Foto: © FotoAnna
Lentevlinder
Een vlinder
een ontmoeting
op een lentedag.
Een ziel herrezen
een transformatie
een herkenning.
Van de oorsprong
door Licht omgeven.
Open vleugels
beschermend en
vreugdevol.
Altijd aanwezig
dat ben jij mijn
lieve lentevlinder.
Gedicht: Elly Boudrie
Foto: © FotoAnna
Lief lieveheersbeestje
Lief lieveheersbeestje
Hoe oud ben jij
Laat me toch eens kijken
Kom wat dichterbij
Kruip maar op m’n hand dan tel ik vlug
De stippen op je kleine rooie rug
Een, twee
Werk’s mee
Drie, vier
Blijf’s hier
Vijf zes
Ho nou’s even
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Lief lieveheersbeestje
Jij bent zo klein
Heb ik wel goed geteld
Hoe kan jij zeven zijn
Kijk maar niet zo bang, het doet geen zeer
Ik tel gewoon je stippen nog een keer
Een, twee
Help’s mee
Drie, vier
Gek kriebeldier
Vijf, zes
Stop nou’s even
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Lief lieveheersbeestje
Wat ben ik blij
Als je weer jarig bent
Krijg jij een stip erbij
Dus als je in mijn tuin een jaartje wacht
Dan tel ik op je ruggetje tot acht
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht
Tekst: Marjet Huiberts
Foto: © FotoAnna
De Bruine kikker samen met Gewone padden
De bruine kikker (Rana temporaria) is een middelgrote vrij robuuste kikker met een stompe snuit.
Hij heeft een kleine zachte graafknobbel op zijn achterpoot (veel kleiner dan de helft van de 1e
teen). Hij is variabel van kleur (bruin, roodbruin, geelbruin, grijsbruin, etc.) met een patroon van
donkere vlekken en een lichte gemarmerde buik. En hij kan tot 11 cm groot worden.
De gewone pad (Bufo bufo) is een middelgrote tot grote pad met oranje ogen en een horizontale
pupil. Het lichaam is variabel van kleur op de rug (van grijsbruin tot geelbruin of roodbruin) en de
buik is wittig met een gemarmerde tekening. Mannetjes zijn kleiner dan vrouwtjes en hebben
dikkere voorpoten (om zich mee aan vrouwtjes vast te klemmen in de paartijd). De gewone pad
kan in Nederland tot 11 cm groot worden, in Zuid-Europa tot wel 15 cm.
De eiklompen worden in maart afgezet Dit gebeurt vaak met enkele tientallen klompen
tegelijk op slechts enkele vierkante meters. De mannetjes van de bruine kikkers maken
daarbij een zacht, brommend geluid. Na de voortplanting gaan de volwassen dieren al
weer snel het land op. Bruine kikkers overwinteren zowel op het land als in het water.
De eisnoeren worden vooral in april afgezet, meestal tussen de oevervegetatie (bijv.
rietstengels). Doordat verschillende dieren de eisnoeren dicht bij elkaar leggen, is het
meestal niet mogelijk de afzonderlijke eisnoeren te onderscheiden en te tellen. De larven
van de gewone pad vormen vaak zwermen, die in de maand mei goed zichtbaar zijn in
de ondiepe waterlagen. Vanaf juni zijn de pas gemetamorfoseerde padjes vaak
massaal aan de oevers van het voortplantingswater te vinden.
Bron: Ravon.nl
Foto's: © FotoAnna