25 jul. 2009

Geranium endressii - Ooievaarsbek



Sporen van zaden


Sporen van zaden
Ontdaan
Laten zich meewaaien
Met de wind
Duikelen over lagen
Vlagen
Teer en bemind
Zwieren in de lucht
Enig houvast
Is er niet
Steevast op het doel af
Bodemloos
Kern van troost
Neervallend
En vastklemmend
Ontplooien
Klappen open
Spreiden hun wortels
In alle folklore
Zaden zijn gelost
Resultaat in vele kleuren
En geuren
Zomerpracht


Tekst: © Jade
Foto: © FotoAnna



8 jul. 2009

Slaapbol - Opium poppy - Papaver somniferum



Papaver-bed


Blank, scharlaken, woest en vredig
Franjig, strokig, effen, ledig,
Wapenig, vol walmen;
Staan zij naar de zomer luchtend,
in de windeloze uchtend,
Opgericht als palmen.

‘t Rusteloze vliegendom
Gromt en glinstert al alom
En beweegt zich vinnig
Om het groene tonnetje
Met het straalswijs zonnetje
In elks midden innig.


Even buigen ze als de last
Van een stoere hommelgast
In hun weelde wentelt,
Maar zodra de grabbelpoot
Gaat, bevracht met bijenbrood,
Staan zij weer gekenteld.

Als een vlinder uit zijn pop
Botten zij uit lob na lob,
Tuimlend langs de stengels;
Waar de zwak-gehalsden tinklen,
Zilverharig en ontkrinklen,
Worden bolle bengels.


Blozend als een jongenswang,
Meisjesmond en rood als ‘t bang
Ruisend karmozijne…
Op hun hoge stelen prat,
Met hun diep verscholen schat,
Lonken zij als wijnen.

En zij fonklen en zij tieren
In het hete middagvieren
van het licht getij;
Als de gonzers, neergezonken,
Hangen aan hen, zat en dronken,
In een dromerij.


Aan de witte, aan de roze,
Zwart-geharte, rode, boze,
Inkarnaat en glad;
Die maar pronken en maar krinken,
Die maar lonken, laten zinken
Bladervlag na blad….

Tonnetje naast bolle ton,
Spookt er in de late zon
Uit het ijle loof;
Steen-gelijk en opgestrekt,
Met het kroontje toegedekt,
Paars en bleek en doof.


Eer het schemert zijn zij allen,
Allen zijn zij uitgevallen,
Lijkt de grond beplast;
Maar een drom van nieuw geknopt’
Staat er naast elkaar gepropt,
Palmrecht… en toen was ‘t:

Of er daar toen schrijden kwam,
Tarquin de Superbe, stram,
Na het felle davren;
Purperzwaar, met peinzerstred,
Achterom het duistrend bed
Bloeiende papavren.



Tekst: Jac. van Looy (1855-1930)
Foto's: © FotoAnna