
spanwijdte van de mannetjes bedraagt tussen de 10-14 mm. De vrouwtjes 4-5 mm,
hebben geen vleugels. Waardplanten komen onder meer uit de grassenfamilie, berk,
wilg, populier en bosbes. De rupsen maken net als al de andere zakdragers, van
grassprietjes en kleine takjes een omhulsel waar ze door beschermd worden. De
vliegtijd loopt van mei tot en met juli. Het is een in Nederland en Belgiƫ algemene
vlinder die in grote groepen voor kan komen.
De rupsen zijn vaak te vinden op boomstammen. De zakjesdragers of zakrupsvlinders
(Psychidae) zijn een familie van vlinders. De familie is vrij klein, met ongeveer 600 tot
800 beschreven soorten. Hiervan komen er ongeveer 350 in Australiƫ voor, terwijl
Midden-Europa slechts een dertigtal soorten kent.

materialen uit de omgeving als zand, aarde, korstmossen of plantaardig materiaal. Deze
coconnetjes worden bevestigd aan rotsen, bomen of hekwerk tijdens de verpopping,
maar zijn in de rupsfase mobiel. Een zakjesdrager bouwt zijn kastje zodra hij uit het ei
komt. Alleen de mannetjes verlaten het kastje ooit, namelijk om te vliegen en te paren.
Het kastje wordt bij de groei van de larve aan de voorzijde uitgebreid. De ontlasting
vindt aan de achterzijde plaats. Ook afgestroopte vervellingshuidjes verlaten hier het
coconnetje. Wanneer de larve verzadigd is met voedsel, sluit hij de cocon af en gaat
verpoppen. Het volwassen vrouwtje komt voor de paring het kastje uit of blijft in het
kastje terwijl het mannetje zijn achterlijf voor de paring in het kastje steekt.
Foto's: © FotoAnna






