Witte tijger
De witte tijger, voorheen tienuursvlinder, behoort tot de beervlinders.
De kleine zwarte vlekjes op de voorvleugels zijn duidelijk zichtbaar,
maar liggen zonder patroon her en der verspreid. Ook het aantal
vlekjes kan variëren. Ze hebben een kop met een dikke ‘bontmuts’.
Het achterlijf is krachtig geel met zwart gevlekt.
De vlinders rusten overdag, vlak bij de grond op een stam of in het
gras, met de vleugels gevouwen in de vorm van een dakje. Als ze
verstoord worden krommen ze hun achterlijf en houden zich dood.
Ze worden niet door vogels gegeten, daar ze vies smaken en giftig
zijn. De eieren worden in grote groepjes op de onderkant van de
bladeren afgezet. Per jaar is er meestal maar één generatie.
De grijsbruine, dicht donkerbruin behaarde, zeer snel bewegende
rups is maximaal 40 mm lang en heeft een witachtige of licht rood-
achtige rugstreep. De vlinder overwintert als pop in een met haren
doorweven spinsel. Waardplanten zijn de grote brandnetel, brem,
luzerne, slangenkruid en paardenbloem.
Bron: Wikipedia
Foto's: © FotoAnna