30 mei 2008

Grote Wolfspin – Genus Pisaura



Spinnen en hun gezegden…


Het spinnenweb geeft voor dauwdroppen te vangen en vangt vliegjes.
Als de ragebol rust, dan werkt de spin.
Spinnenkoppen zijn nog geen struisvogels, al hebben ze lange poten.
Maakt de spin in het web een grote scheur, de stormwind klopt spoedig aan de deur.


Als de spinnen vlijtig buiten weven, zullen wij mooi weer beleven.
Is s’avonds laat de spin ter been, dan zal het gaan regenen tien tegen een.
Een spin in de namiddag brengt geluk aan de derde dag.
Een spin in de morgen brengt kommer en zorgen.



Bron: Internet
Foto's: © FotoAnna



18 mei 2008

Schorsmarpissa – Marpissa muscosa (Fam. Springspinnen)



Schorsmarpissa


De schorsmarpissa is een in Nederland niet-zeldzame spin, behorend
tot de springspinnen die geregeld buiten kan worden aangetroffen. Ze
houdt zich bij voorkeur op zonnige verticale vlakken zoals bomen of
palen op, mits er een gaatje in de buurt is waar ze bij onraad
snel kan wegkruipen.


De prooi wordt beslopen en dan onverhoeds besprongen. Zoals alle
springspinnen heeft de schorsmarpissa een buitengewoon goed ont-
wikkeld gezichtsvermogen. Van de acht spinnenogen zijn er twee,
de voormiddenogen, veel groter dan de andere. De achterzijogen
staan ver naar achteren, tussen de inplant van poot I en II.



Bron: Internet
Foto's: © FotoAnna



4 mei 2008

Vuurjuffer – Large Red Damselfly - Pyrrhosoma nymphula



Vuurjuffer


De vuurjuffer is een grote juffer, lengte tot 36 mm. Het achterlijf van beide
geslachten van de vuurjuffer (imago) is opvallende rood, maar bij de man-
netjes hebben enkel de laatste segmenten donkere banden, bij de vrouwjes
zijn alle segmenten zwart getekend. Het bordststuk is donker met een rode
of (bij de vrouwtjes) donkergele schouderstreep. De poten zijn zwart.


De vuurjuffer is een weinig eisende soort wat het voortplantingsbiotoop betreft.
Ze is tevreden met stilstaand of licht stromend water, zoals beken, poelen,
(tuin)vijvers, laagveengebieden, ze is ook niet veeleisend voor wat betreft de
waterplanten waarop ze haar eieren legt.



Bron: Internet
Foto's: © FotoAnna



3 mei 2008

Berkenwants – Elasmucha grisea



Berkenwants met jongen

Photobucket

De maximale lengte ligt meestal tussen 6 en 9 millimeter lang en het lichaam is enigszins
driehoekig, en heeft zoals de meeste wantsen een duidelijk zichtbaar driehoekig ‘schildje’
op het midden van de rug, dit wordt ook wel scutellum genoemd. Bij een aantal soorten
wantsen waaronder deze soort wijkt de kleur van het scutellum iets af en steekt het iets
naar boven en is duidelijk zichtbaar.

Photobucket

De kleuren van dit dier zijn soms prachtig rood met groen, maar ook meer bruine tot
grijze exemplaren komen voor. De berkenwants vertoont een hoog ontwikkelde vorm
van broedzorg. De eieren worden in juni gelegd op de onderzijde van berkenbladeren.
De moederwants blijft bij en vaak boven op haar legsel zitten.

Photobucket

Als er een mogelijke vijand aankomt, bijvoorbeeld een mier of een sluipwesp, keert zij
hem de rug toe en gebruikt zij haar lichaam als schild tussen de vijand en het legsel. Als
de vijand daardoor niet wordt ontmoedigd klappert zij nog met haar vleugels. Zij vertoont
hetzelfde gedrag als je haar met je vinger nadert.

Photobucket

Ook als de jongen zijn uitgekomen blijven ze nog op de lege eischalen zitten en worden hier
nog bewaakt door de moeder. Na enige dagen vervellen ze en pas dan moeten ze op weg
voor hun eerste maaltijd. De moeder gaat voorop en de jongen volgen haar als kleine
eendenkuikens.

Photobucket

Voor de voeding gaan ze vaak naar een berkenvruchtje,
waar het hele gezin neerstrijkt voor een sapmaaltijd.



Bron: Internet
Foto's: © FotoAnna