27 sep. 2007

Reuzenbalsemien - Himalayan Balsam - Impatiens glandulifera



Reuzenbalsemien ook wel Springbalsemien
Impatiens glandulifera






De Nederlandse naam balsemien gaat, evenals het Engelse balsam en het
Arabische balsam, terug op het Griekse woord balsamon 'balsemstruik'.
De Latijnse geslachtsnaam Impatiens betekent zoveel als
'geen aanraking duldend'.



Bron: Internet




21 sep. 2007

Oosterse karmozijnbes - Indian Pokeweed - Phytolacca esculenta



Karmozijnbes






De karmozijnbes is een overblijvende vaste plant die haar originele biotoop tot
enkele meter hoog zou worden, doch in onze streken zelden hoger dan zo'n
anderhalve meter wordt. De plant heeft dikke, holle, roodaangelopen stengels,
die in een heel vroeg stadium soms voor verwarring met de Reuzenbalsemien
kunnen zorgen. De 10 tot 25 cm lange bladeren zijn langwerpig, spitsuitlopend
en gaafrandig.






De bloemen zijn wit tot roodaanlopend, en staan in lange trossen die, door het
uitgroeien van de okseltak, tegenover de bladeren komen staan. Zijn ze eenmaal
bevrucht (bijen, wespen), dan worden bessen gevormd. Door de omvang van de
bessen ontstaat er een kolf met dicht tegen elkaar aan liggende bessen. Behalve
dat er indrukwekkende kolven (tot wel dertig centimeter lang) met blauwzwarte
bessen ontstaan, die de plant z'n sierwaarde geven, worden die bessen gebruikt
als (natuurlijke) kleurstof voor o.a limonades en conserven.






Zowel de pit in de vrucht als de wortels zijn giftig.



Bron: internet